Wie denkt dat Cupa de enige voetbalclub is geweest in Bussloo heeft het mis...Voor de tweede wereld oorlog was er een voetbalclub die Wit Zwart heette. Deze naam hield direct verband met de op Huize Bussloo wonende Baron van Wijnbergen.
Huize Bussloo stond naast waar nu Groot Bruinderink woont omgeven door de welbekende gracht. De boerderijen en huizen behorend bij het landgoed Bussloo waren alle voorzien van wit zwart geschilderde raamluiken. Daaraan heeft Wit Zwart zijn naam van toen aan te danken gehad en er werd gevoetbald achter waar de Martinusschool staat.
Deze club heeft maar zes jaar bestaan, de oorzaak hiervan was dat speler Anton Pelgrim een been brak. Dit was voor de meeste boerenjongens een te groot bedrijfsrisico en men besloot om die reden te stoppen.
Illustere namen speeldien hier, zoals Jo Broekhof, Harm Hagen, Jan Broekhof (broer van Jo), Gradus de Croon, Anton Pelgrim, Dieks Ganzevles, Frans Jansen, Jan Jansen (nu wonend in Nieuw Zeeland), Hein Korten, Jan Maatman, Gerard Lokin, Hendrik Vukkink (was bestedeling zoals dat toen genoemd werd) en Harrie Dul uit Voorst.
Wit Zwart speelde zijn eerste wedstrijd tegen Altior (nu Helios) en verloor met 7-4. Dit was de periode Wit Zwart tot aan de wedstrijd tegen het een jaar later (1932) opgerichte Pacelli met de beruchte botsing en beenbreuk van Anton Pelgrim met ene Kleverwal.
Een in alle opzichten triest einde van een club met op dat moment een senioren en een junioren elftal. De tweede wereldoorlog was niet de tijd om te denken aan een nieuwe voetbalclub, maar gelukkig gebeurde dit wel 1 juni 1947. Cupa is ontstaan uit een jongerenvereniging en heeft zeker banden gehad met de kerk.
De oprichters en tevens de eerste bestuursleden waren Piet de Valk (voorzitter), Harm Pelgrim (secretaris) en Tinus de Haan (penningmeester). Later kwamen daar Hein Woerts (consul) en Johan de Krosse (lid) bij. Pastoor Reith was de grote stimulator en tevens geestelijk adviseur en bedenker van de naam Cupa afgeleid uit het latijns.
De naam CUPA staat voor het latijnse Currite Ut Palmam Apprehendatis, wat betekent “loopt zo opdat gij de overwinning behaalt”.
De rol van een geestelijk adviseur was statutair verankerd in het huishoudelijk reglement en voor elke jaarvergadering een vast agenda punt. Het kwam er eigenlijk op neer dat je mocht voetballen als het kerkbezoek er maar niet de dupe van werd. Zo kon het gebeuren dat er niet eerder 12.00 uur begonnen mocht worden met voetballen en het eerste elftal speelde al om 13.30 uur om het mogelijk te maken dat iedereen om 15.30 uur weer in de kerk kon zijn voor zoals dat heette het lof. Cupa is pas midden jarig zestig begonnen met voetballen op zondagochtend.
Na de oprichting werd er gespeeld op een weiland van Gait de Haan waar normaal de koeien in liepen en het laat zich raden wat er gebeurde met wat zij zoal lieten vallen. Menig sliding eindigde in een koeienvla en met name de stadsjongens gruwelden daar van. Als de wedstrijd gespeeld was wachtte hen vaak een nieuwe verrassing in de vorm van of kippenkeutels of een vers gelegd ei op de kleding, omdat men moest omkleden in de wagenloods wat ook domein was van loslopende kippen.
Dat heeft geduurd tot 1949 en men verhuisde daarna naar de hoek van Bussloselaan-Breuninkhofweg naar opnieuw een weiland van Jo Broekhof waar nu het clubgebouw van de golfclub staat. Een er als een kippenhok uitziend houten gebouwtje deed dienst als kleedkamer (2) voor zowel de bezoekende als de thuisclub. Verder een scheidsrechter hokje, een toilet (niemand ging er op) en een kalkhok.
Dit kalkhok deed tevens dienst als opbergruimte voor de doelnetten die er na elke wedstrijd afgehaald moesten worden en was berging voor hoekvlaggen en sjerpen. Deze sjerpen hadden de functie van wat nu de reserve-shirts zijn, namelijk je onderscheiden van de tegenpartij als de tenues teveel op elkaar leken.
In die tijd kon er alleen bij licht dag getraind worden zeker niet in de wintermaanden. Dat veranderde toen Theo de Krosse Stz. van afneembare autokoplampen verlichtingslampen maakte en er fittingen voor gloeilampen in monteerde. Deze werden op twee palen gemonteerd en de stroom werd met een honderd meter snoer bij de familie Harm Berendsen afgetapt. In die tijd was Cupa daar zeker uniek mee en naast stroom zorgde deze familie ook net als de familie Jo Broekhof voor thee in de rust.
De eerder genoemde kleedruimte stond aan de overkant van de weg dicht bij de gracht. Deze gracht deed als er water in stond tevens dienst om je te kunnen wassen na afloop van de wedstrijd met hulp van teiltjes. Een zo’n teiltje staat nu nog op tafel in de bestuurskamer en aan de muur in bestuurskamer hangt nog een tekening en rekening van de kleedkamergelegenheid.
Later deed een geslagen vleugel pomp en de eerder genoemde teiltjes dienst als was mogelijkheid maar zomer en winter buiten. Cupa is daar ruim tien jaar gebleven om vervolgens te verhuizen naar de plek waar nu trainingsveld en het veld lag haaks op wat nu tweede veld is.
Het was de plek waar op Bussloo wonende nonnen hun bongerd en groente tuin hadden maar vrij kwam nadat zij daar vertrokken zijn. Meest opmerkelijk van die verhuizing is dat men het houten kleedkamer in zijn geheel gedragen met veel mensen heeft over de bussloselaan tot dicht bij waar nu clubgebouw staat. Daar onderging het een kleine vergroting met een snoep-verkoopruimte en mogelijkheid zelf thee te zetten. Ook kon men zich wassen middels een op de waterleiding aangesloten koperen buis met daar in gaatjes geboord en een stopkraan als men klaar was.
De trainingsverlichting werd gerealiseerd met lampen op hoogspanningsmasten waarvan er nu nog twee staan aan de kant van de Bussloselaan.
Begin jaren zeventig kreeg Cupa de kans om grond te kopen van Anton de Haan die daar een appelbongerd had. Dit moest op korte termijn en zeer snel geregeld worden want er waren meer kapers op de kust. In de avonduren en met twee min of meer van de straat geplukte getuigen werd de koop beklonken bij notaris Kranenburg in Apeldoorn. Cupa was 2.2 hectare grond rijker en kon haar accommodatie gaan uitbreiden waar grote behoefte aan was.
Geheel in eigen beheer werden de velden gelegd zoals zij er nu nog liggen en ook toen al met hulp van zwaar materiaal van de Gebr. de Haan. Elk lid kon een betonnen paal kopen om de afrastering rond het tweede of eerste veld te realiseren. Vervolgens werd ook weer in eigen beheer het clubgebouw gezet wat tot 2002 als zodanig dienst heeft gedaan.
Het was een voornamelijk uit hout opgetrokken gebouw wat achterstallig onderhoud had wat niet los gezien kon worden van de fusie besprekingen met S.V.Wilp. Begin 2000 werd verlichting gerealiseerd op tweede veld om uitbreiding van trainings mogelijkheden te hebben en alles zoveel mogelijk op de dinsdag en donderdag avond te laten plaats vinden. Dat er nu lichtwedstrijden gespeeld kunnen worden is mooi meegenomen.
Rond de eeuwwisseling heeft Cupa haar grond verkocht aan de gemeente Voorst om zodoende voldoende financiele middelen te hebben om wat hout was aan clubgebouw te vervangen door duurzamer materiaal als stenen en kunststof kozijnen en thermopane. Het eerst werd begonnen met de sloop door eigen leden van de bestuurskamer, waar veel asbest in zat. Met veel en dankbare hulp van hoofdsponsor de VAR kon het afval verantwoord afgevoerd worden. Het maakte de weg vrij voor bouwbedrijf Dijkhof om op deze plek nieuwe kleedkamers te bouwen volgens de nieuwe eisen.
Volgens gemeentelijke normen had Cupa slechts recht op twee kleedkamers en waar voor subsidie werd verkregen. Dankzij eigen zelfwerkzaamheid van o.a al het installatiewerk werden het er toch vier. Toen deze nieuwe kleedkamers gereed waren om te gebruiken werden de bestaande kleedkamers tot ongeveer de helft gesloopt om plaats te maken voor de bouw van een nieuwe bestuurskamer. Ook van het kantine gedeelte van clubgebouw werden de buitenmuren verwijderd om plaats te maken voor stenen muren en kunststoffen kozijnen. Inwendig ondergingen de keuken en toiletgroep een ingrijpende wijziging om er weer picobello uit te zien.
Begin 2002 werd alles opgeleverd en kon Cupa weer beschikken over een perfecte accommodatie waar de leden zelf vanwege eigen bijdrage trots op mogen zijn en dat zijn zij ook. In september 2002 werd het geheel gerenoveerde complex officieel heropend door Wethouder Schulp. Dit alles is niet onopgemerkt gebleven bij met name de KNVB want zij maken veelvuldig gebruik van ons complex voor het spelen van selectiewedstrijden voor district Oost.
Dat alles er zo mooi bij ligt is mede de verdienste van de woensdag middag klussengroep die is ontstaan sinds 2002 toen verbouwing klaar was. Cupa kan met deze accommodatie zeker weer dertig jaar vooruit.
